Terug naar site

Wenen 1814

Wenen, december 1814

Enkele weken vóór het geheime defensieve bondgenootschap van Wenen.

Napoleon was verslagen en verbannen naar Elba, en heel Europa zou over een paar weken in Wenen bijeenkomen om de grenzen van het continent opnieuw te tekenen.

De Oostenrijkse kanselier Metternich en de Engelse gezant Castlereagh ontmoetten elkaar in stilte, om te bespreken wat niemand nog hardop durfde te zeggen: dat de bondgenoten van gisteren het gevaar van morgen dreigden te worden.

De bibliotheek van het Ballhausplatz lag er verlaten bij op dit late uur. De rijen leren fauteuils waren nauwelijks zichtbaar in het donker boven de laatste haardgloed. Een enkele lamp brandde op het bureau bij het raam, waar de sneeuw in dikke, trage vlokken tegen het glas kwam en er weer vanaf gleed.

Metternich stond met zijn rug naar de haard, zijn handen achter zich ineengevouwen, de warmte tegen zijn kuiten voelend door de stof van zijn kousen. Castlereagh zat in de leren stoel tegenover hem, zijn lange benen gestrekt, een glas port op de leuning balancerend tussen twee vingers.

Buiten, ergens in de verte, sloeg een kerkklok twee keer.

U hebt de correspondentie gelezen, zei Metternich zacht. Uit Warschau.

Castlereagh knikte, zonder op te kijken van het vuur. Rusland laat zijn troepen niet terugtrekken. Alexander spreekt al over Polen als een verworven zaak. Niet als een onderwerp van onderhandeling.

Hij heeft Parijs bevrijd, zei Metternich. Dat is hem naar het hoofd gestegen. Een man die te paard door een bevrijde hoofdstad rijdt, begint zichzelf voor iets groters aan te zien dan een vorst onder vorsten.

Castlereagh liet een korte, droge lach horen. En Hardenberg volgt hem als een schaduw. Saksen voor Pruisen, Polen voor Rusland. Een ruil die zij onderling al beklonken hebben, terwijl wij nog aan tafel zaten te praten over principes.

Metternich liep langzaam naar het raam en keek naar de sneeuw die op de binnenplaats neerdaalde, ongelijkmatig verlicht door een enkele lantaarn beneden.

Weet u wat mij het meeste verontrust, Castlereagh? Niet Polen op zich. Rusland heeft altijd naar het westen gekeken. Dat is een oud verhaal. Wat mij verontrust, is de kaart die daaruit volgt. Een Russisch rijk tot aan de Oder. Een Pruisen dat via Saksen tot diep in het zuiden van Duitsland reikt. Twee grote machten naast elkaar, waar voorheen een dozijn kleinere staten een kussen vormden tussen hen en ons.

Castlereagh draaide het glas langzaam tussen zijn vingers, zonder te drinken. Een stootkussen dat wegvalt, zei hij, is voor Engeland minder direct een probleem dan voor u. Wij hebben de zee.

Dat weet ik, zei Metternich, terwijl hij zich langzaam omdraaide. En toch, beste Castlereagh, bent u hier, om twee uur ’s nachts, in plaats van te slapen.

Castlereagh glimlachte vaag. Er gleed iets milds over zijn strakke gezicht. Omdat een Europa waar twee mogendheden ongestoord de rest kunnen overheersen, uiteindelijk ook geen Europa is waar wij nog zaken mee kunnen doen. Een evenwicht dient ook ons, Metternich, ook al staat Londen verder van Warschau dan Wenen.

Er viel een stilte. De haard knapte zacht, een stuk hout dat inzakte in de rode gloed.

Wat stelt u voor? vroeg Metternich ten slotte.

Castlereagh zette zijn glas neer op het tafeltje naast hem. Frankrijk, zei hij simpel.

Metternichs wenkbrauwen gingen licht omhoog. Frankrijk heeft de oorlog verloren en zit niet eens aan deze tafel.

Nog niet, zei Castlereagh. Maar de Franse diplomaat Talleyrand loopt al drie weken door deze gangen als een man die weet dat hij nodig zal worden. Laat hem binnen. Een verslagen Frankrijk aan onze zijde weegt zwaarder dan een verslagen Frankrijk dat met Rusland begint te fluisteren uit wrok. Het is de eeuwige wet van dit continent, Metternich: zodra een grote oorlog eindigt, begint het gevecht om de inboedel. En wie de kaart tekent, bepaalt wie de volgende oorlog zal moeten vechten.

Een verbond dan, zei Metternich zacht. Tussen de verliezer van gisteren en de overwinnaars van vandaag, tegen twee andere overwinnaars.

Zo zou een historicus het ooit kunnen noteren, zei Castlereagh droog. Ik zou het liever een evenwicht noemen.

Metternich knikte langzaam en liep terug naar zijn bureau. Hij bleef staan, zijn hand rustend op de leuning.

Ik zal Talleyrand morgen ontvangen.

Castlereagh stond op, streek zijn jas glad en liep naar de deur. Bij de klink bleef hij even staan.

Slaap toch nog wat, Metternich. Wenen zal morgen dansen alsof er niets aan de hand is. Het zou jammer zijn als u de enige was die er moe uitzag.

Metternich glimlachte flauw. De deur viel zacht dicht, en de kamer werd weer stil, op het geluid van de sneeuw tegen het glas na.

Wenen, januari 1815

Het kaarslicht in het kleine kabinet van het Weense paleis was laag gedraaid, gekrompen tot een dun geel schijnsel dat het donkere hout van de wanden nauwelijks bereikte.

Buiten de zware dubbele deuren klonk het gedempte geroezemoes van het bal dat beneden onverstoorbaar voortduurde: het gezoem van honderden stemmen, de vrolijke halen van een ver orkest en het constante geschuifel van schoenen over het parket. Daar beneden danste Europa. Daar beneden vierde men dat de grote oorlog voorbij was.

Maar hierboven werd gestreden om de grenzen van Europa.

Polen is van ons, had de Russische afgevaardigde een paar dagen geleden nog schreeuwend geroepen, terwijl hij zijn vuist op de eikenhouten tafel liet neerkomen. Onze soldaten hebben het meeste bloed vergoten om Napoleon te breken. De tsaar eist heel Polen.

En Pruisen neemt Saksen, viel de Pruisische generaal hem fel bij. Hij trok met zijn nagel een harde streep over de landkaart. Onze legers hebben gebloed voor deze overwinning. Wij eisen Saksen als beloning voor onze offers, en we nemen geen duimbreed minder.

Aan de rand van de balzaal stonden de Oostenrijkse kanselier Metternich, de Britse Lord Castlereagh en de Franse diplomaat Talleyrand bijeen, nog na te praten, weg van het geschreeuw.

Zie je, fluisterde Metternich bezorgd tegen de Brit, het gaat zoals ik voorspelde. Als Rusland Polen krijgt en Pruisen Saksen inlijft, hebben we twee reuzenrijken schouder aan schouder in het hart van Europa. Een nieuwe oorlog wordt dan onvermijdelijk.

We hebben geen keus, viel Talleyrand hem zacht maar snijdend bij, terwijl hij van zijn glas nipte. We moeten dat verdrag tekenen. Als we ze nu hun gang laten gaan, is Frankrijk de volgende op de menukaart. En Oostenrijk ook. Het is de eeuwige wet van de geschiedenis.

Castlereagh keek van de Franse diplomaat naar de Oostenrijker. Hij knikte langzaam.

Dan zetten we daar vanavond een streep doorheen. Als ze niet luisteren naar diplomatie, laten we ze zien dat we bereid zijn te vechten.

Castlereagh en Talleyrand liepen met Metternich mee naar zijn bureau. Metternich pakte de veer en doopte hem in de donkere inkt. Met een gestaag schraapend geluid zette hij als eerste zijn handtekening onder de slotalinea van het pas geschreven document.

...verplichten de Hoge Contracterende Partijen zich om, indien de veiligheid van Europa wordt bedreigd door een buitenlandse mogendheid, elkaar bij te staan met een leger van ten minste honderdvijftigduizend man.

Castlereagh nam de veer over zonder te aarzelen en schreef zijn naam strak onder de artikelen die een Brits-Frans-Oostenrijks militair bijstandspact vastlegden. Talleyrand volgde als laatste; zijn sierlijke handtekening sloot de cirkel onder de belofte van gezamenlijke gewapende weerstand.

Metternich pakte het vel voorzichtig bij de punten vast, blies de overtollige inkt droog en draaide het papier met een trage beweging om, met de blanco achterzijde naar boven.

Op dat moment klopte er iemand discreet op de dubbele deuren. Metternich keek op naar de twee anderen, die met een knik afscheid namen en via de zijdeur het kabinet verlieten.

Binnen, zei de kanselier.

De zware deur zwaaide open. De Russische onderhandelaar stapte de drempel over. Zijn zware reismantel zat nog dichtgeknoopt tegen de snijdende kou buiten, zijn hoed rustte op zijn knie. Hij was rechtstreeks naar boven gehaald.

U wilde mij spreken? vroeg de Rus ten slotte. Zijn Frans klonk koud en gereserveerd. Ik neem aan dat het weer over Polen gaat.

Het gaat over Polen, antwoordde Metternich, terwijl hij bij het hoge raam ging staan en naar de neervallende sneeuw keek. En over Saksen.

De Rus haalde vermoeid zijn schouders op. Dat gesprek voeren we al twaalf weken. Onze eisen veranderen niet. Dat is simpelweg de prijs voor onze overwinning.

Metternich draaide zich langzaam om. Zijn gezicht stond rustig, bijna vriendelijk, maar zijn ogen bleven strak op het omgedraaide papier op tafel gericht.

De prijs... herhaalde hij zacht. Ja. Daar wilde ik het over hebben.

Hij zette een paar trage stappen naar de tafel, maar raakte het document niet aan.

Engeland deelt onze zorg, zei hij ten slotte. En Frankrijk ook. Wij hebben zojuist iets ondertekend. In dezezelfde kamer.

Een verdrag? vroeg de Rus langzaam, terwijl hij naar het omgekeerde papier keek. Tegen ons?

Een defensief verbond voor het evenwicht, corrigeerde Metternich rustig. Als de tsaar zijn eisen op Polen niet intrekt, en Pruisen Saksen blijft opeisen, staan er drie legers klaar om dat te verhinderen. Met geweld. Ik zeg het u nu persoonlijk, voordat u het morgen via een koerier op straat hoort.

De Rus stond op. Zijn hoed viel van zijn schoot en rolde over de vloer. Hij keek er niet eens naar.

U dreigt met oorlog, zei hij strak, terwijl wij hier beneden met uw dames dansen.

Ik dreig niet, zei Metternich. Hij legde zijn hand zwaar op het papier. Ik trek een grens.

De Rus keek hem een lang moment strak aan, raapte langzaam zijn hoed op en klopte het stof eraf.

Ik zal de boodschap doorgeven aan de tsaar, zei hij.

Hij liep naar de deur, legde zijn hand op de klink en bleef even staan.

Dansen ze beneden nog steeds?

Ze dansen nog steeds, antwoordde Metternich.

De Rus duwde de deur open. De warme muziek van het bal stroomde de kamer binnen en mengde zich heel even met de koude stilte, totdat de deur weer dichtviel.

Metternich bleef alleen achter. Hij pakte de hoek van het papier vast, draaide het om en las stil de net gedroogde namen van Oostenrijk, Engeland en Frankrijk. Maar terwijl hij naar de sneeuw keek die over Wenen viel, wist hij dat ze de tijd alleen maar hadden stilgezet.

Buiten danste de wereld in de veronderstelling dat de vrede voor altijd was, terwijl binnen op tafel een vel papier lag dat bepaalde hoe lang de muziek nog mocht blijven spelen.

Linda Schoonebeek.

De Wachter.




Historische noot

Dit verhaal is een literaire verbeelding van de diplomatieke crisis tijdens het Congres van Wenen. Na de nederlaag van Napoleon ontstond een ernstig conflict over de toekomst van Polen en Saksen, waarbij Rusland en Pruisen tegenover Oostenrijk en Groot-Brittannië kwamen te staan. Frankrijk wist onder Talleyrand opnieuw een plaats aan de onderhandelingstafel te verwerven.

Op 3 januari 1815 sloten Oostenrijk, Groot-Brittannië en Frankrijk in het geheim een defensief verdrag waarin zij afspraken elkaar militair bij te staan indien het Europese machtsevenwicht werd bedreigd. De historische gebeurtenissen, politieke tegenstellingen en hoofdpersonen in dit verhaal zijn gebaseerd op de bekende geschiedenis. De ontmoetingen, persoonlijke momenten en dialogen tussen Metternich, Castlereagh, Talleyrand en de Russische vertegenwoordiger zijn literair gereconstrueerd en vormen geen letterlijke weergave van historische gesprekken.